Guillaume de Machaut. Messe de Nostre Dame


Schola Cantorum Brabantiae, Rebecca Stewart






medieval.org
Fontys Hogescholen · JLR 20021

2002

cm








1. Introitus Salve sancta Parens *   [3:08]

2. KYRIE   [11:09]

3. GLORIA   [6:46]

4. Graduale Benedicta et venerabilis *   [3:19]

5. Alleluia. Per te, Dei Genitrix *   [2;49]

6. CREDO   [10:02]

7. Offertorium Felix namque *   [2:30]

8. SANCTUS   [5:07]

9.AGNUS DEI   [4:11]

10. Communio Beata viscera *   [1:00]

11. ITE MISSA EST   [1:22]



* chant grégorien



Sources:
Messe: Vg - New York, Wildenstein Collection | A - Paris, Bibliothèque Nationale, fonds français 1584
Grégorien: C13 - Reims, Bibliothèque Municipale, ms 217













Schola Cantorum Brabantiae
Kazue Goto
Ildikó Hajnal
Ayumi Aoki
Mami Irisawa
Suzanne van der Helm
Els Vanvolsem
Maria Wieggers
Joep van Buchem
Bram Verheijen
Ronald Kuilman
Kaspar Ditters
Ton Debets

maestro di cappella
Rebecca Stewart


Enregistrement: Cathédrale Notre-Dame de Reims, october 2001
Prise de son : Jérôme Lejeune
lllustration de la couverture : Agnus Dei de la Messe de Nostre Darne, ms. A fol. 449 verso

© & ℗ JLR




De realisatie van deze CD was voor ieder van ons een onvergetelijke ervaring. Zonder de structurele en daadwerkelijke steun van Fontys Hogescholen en het Brabants Conservatorium zouden wij deze unieke belevenis nooit met u hebben kunnen delen. Verder gaat onze allerhartelijkste dank uit naar père Jean-Marie Guerlain, Jean-Pierre Colinart, Serge Vanvolsem en Theo Rikken, dankzij wie de opname in de kathedraal van Reims kon plaats vinden.


The realisation of this CD has been an unforgettable experience for each one of us. It would never have been possible without the financial support of the Fontys University and the Brabants Conservatorium. We would also like to extend our deep thanks to Father Jean-Marie Guerlain, Jean-Pierre Colinart, Serge Vanvolsem and Theo Rikken, through whose direct help it became possible to make the recording in Reims cathedral.




English liner notes










... ET IN TERRA PAX

"Qui de sentement ne fait,
son dit et son chant contrefait."
[Wie zijn gevoelens niet volgt, vervalst zijn woorden en zijn gezang.]
Guillaume de Machaut, Le Livre du Voir Dit, brief VIII (1363-1365)

Reims, oktober 2001. De sierlijke gewelven van de kathedraal hebben zich ontdaan van de laatste bezoekers en maken zich op om de nachtelijke stilte te omhelzen. Toch is de kathedraal niet leeg ... Enkele studenten van de Schola Cantorum Brabantire uit het Brabants Conservatorium in Tilburg hebben zich vrijwillig laten insluiten, samen met hun maestro di cappella Rebecca Stewart. Als deze zangers zich verzamelen rond een groot koorboek, geplaatst op een hoge standaard, en in spanning het moment afwachten waarop zij hun stemmen mogen laten weerklinken, als zij begonnen zijn aan het project waarvan u het resultaat in handen houdt, is dat omdat ze bovenstaande woorden van Grand Maistre Guillaume niet vergeten zijn.

Het begin van het verhaal situeert zich een jaar voordien, toen Dr. Stewart besloot om Machauts Messe de Nostre Dame op het programma te zetten van de Schola Cantorum. De keuze van het manuscript waaruit gezongen zou worden, viel op het zogenaamde 'Voguémanuscript'. Dit is niet alleen het oudste handschrift waarin de Mis voorkomt, maar waarschijnlijk ook het mooiste Machautmanuscript dat tijdens zijn leven werd vervaardigd. Het Vogué-manuscript was eigendom van markies Melchior de Vogué, werd rond 1930 verkocht aan Georges Wildenstein en maakt sindsdien deel uit van de Wildenstein Collection. In 1977 kregen vier wetenschappers voor het laatst toestemming het manuscript te bestuderen; sindsdien is het niet meer toegankelijk, hoewel het voor een fabelachtige prijs wordt aangeboden op internationale antiekmarkten. Dankzij de generositeit van Machaut-specialist Daniel Leech-Wilkinson kon de Schola beschikken over een zwart-wit reproductie van dit bijzondere manuscript.

Tijdens de winter van 1359-1360 werd Reims bezet door het Engelse leger. Machaut componeerde zijn Messe de Nostre Dame in de jaren die hierop volgden en benadrukte zijn - nog steeds actuele - vredeswens door een opvallende zetting (in zeer lange notenwaarden) van de woorden "et in terra pax" bij het begin van het Gloria. In diezelfde periode werden in de kathedraal van Reims verschillende fondsen opgericht ter ere van Maria. Hierbij werd gewoonlijk van de kanunniken verwacht dat ze elke zaterdag een devotiemis zongen voor Maria zolang de geldschieter in leven was. Na zijn overlijden werd deze devotiemis vervangen door een herdenkingsmis voor zijn ziel. Guillaume's broer, Jean de Machaut was medeverantwoordelijk voor het beheer van dit fonds in de jaren vóór Machaut de Messe de Nostre Dame schreef. Het grafschrift van beide broers vermeldt bovendien dat ze zelf ook een dergelijke fondation stichtten:

Guillelmus de machaudio . suusque Johannes frater
Sunt in loco concordio . iuncti sicut ad os crater
Horum anniversarium . est iuxta petiturium
Oratio pro defunctis . diebus sabbathi cunctis
Pro animarum eorum . amicorumque suorum
Dicetur a sacerdote . celebraturo devote
Ad roellam in altari . missam que debet cantari *

[Guillaume de Machaut en zijn broer Johannes / Zijn hier broederlijk verenigd / Ter herdenking z.al volgens hun wens / Het gebed voor de overledenen, elke zaterdag, / Ter nagedachtenis van hun ziel en die van hun vrienden / Worden gezegd door een priester en devoot worden gecelebreerd/ Aan het altaar bij de roella (= een herdenkingssteen in de vloer van de kathedraal voor het martelaarschap van bisschop Nicasius van Reims,) met een gezongen mis.]

Deze opname plaatst de Messe de Nostre Dame dan ook binnen het liturgisch kader van een Mariale devotiemis. Het gregoriaanse proprium dat hierbij aansluit, werd gevonden in een missaal dat in de XIVde eeuw in de kathedraal van Reims gebruikt werd (mogelijk door Machaut zelf) en nu bewaard wordt in de Bibliothèque Municipale van Reims (ms 217 C13). De metrische uitvoering van het gregoriaans volgt de notatie van dit manuscript zo goed mogelijk. De opname werd gerealiseerd in de kathedraal zelf. Hoewel dit enig achtergrondgeruis tot gevolg heeft, gaf het tot klinken brengen van deze mis in de kathedraal waarvoor zij meer dan zes eeuwen geleden werd gecomponeerd, het project een onschatbare meerwaarde.

Machauts mis heeft een tweevoudig muzikaal uitgangspunt: enerzijds is ze gefundeerd op het gregoriaans, gezien door de ogen van de Xlllde eeuwse motettraditie, anderzijds op Machauts ervaring als chansondichter en - componist en zijn bijzondere affiniteit met de Franse taal. Voor Machaut zijn het levée-gevoel (waarbij de 'opmaat' meer nadruk krijgt dan de 'maat' zelf) en de afwisseling van korte en lange lettergrepen, hier onlosmakelijk mee verbonden. De vertaling van deze twee principes in mensuraal georganiseerde ritmische patronen geeft de melodieën hun typische Franse "cadence", terug te vinden op alle ritmische niveaus. De aanloop naar alle belangrijke cadenzen wordt gekenmerkt door een spanningsopbouw die deze proporties volgt.

Compositie-technisch kan men de mis als volgt schematiseren:

Ordinarium modus gregoriaans model isoritmische motetstijl homoritmische
recitatieve
conductusstijl
Kyrie I  I  I re
Kyrie IV
cunctipotens genitor
x
II  II  II
III  III  IV
Gloria re (Gloria VI) x
Amen
Credo re x
Amen panisoritmie
Sanctus fa Sanctus XVII x
Agnus Dei  I  II  I fa Agnus Dei XVII x
Ite missa est fa Benedicamus XVII x


Het Kyrie, het Sanctus, het Agnus Dei en het Ite missa est onderscheiden zich van het Gloria en het Credo door het structurerend potentieel van hun gregoriaans model, maar ook door de techniek van de isoritmie (de gelijkmatige herhaling van een ritmisch patroon). Deze techniek, afkomstig uit de laat XIIIde eeuwse motetschriftuur, wordt door Machaut gebruikt om de twee laagst klinkende stemmen, tenor en contratenor, te structureren en infiltreert sporadisch in de twee hoger liggende stemmen. Tenor en contratenor vormen een muzikaal geheel dat de structurele basis vormt van het stuk. Het eerste deel van het negenvoudige Kyrie is op een tweede niveau schatplichtig aan de XIIIe eeuw: de tenor volgt nauwgezet het patroon van de toen veel gebruikte derde ritmische modus [3-1-2-3 tellen].

In tegenstelling tot het ritmische onderscheid tussen de laagste twee en de hoogste twee stemmen in de isoritmische misdelen, heerst er ritmische evenwaardigheid in het Gloria en in het Credo. Hun recitatief karakter nodigt Machaut uit om zijn talenten als dichtercomponist ten volle te benutten. De natuurlijke cadans van het Frans Latijn wordt zorgvuldig gevolgd. De Schola Cantorum heeft geprobeerd dit te respecteren door de vocale technieken te baseren op de Franse taal en door te kiezen voor een Franse uitspraak van het Latijn. Hoewel deze mis in Machauts tijd waarschijnlijk slechts door vier zangers uitgevoerd werd, leidde de pedagogische opzet van de Schola tot verdubbeling van de stemmen.

Ondanks het feit dat Machaut de productie van het Vogué-manuscript nauwgezet overzag, bleken er enkele inconsequenties in de tekstplaatsing van het Sanctus en het Agnus Dei. In functie van de isoritmische organisatie van beide delen werden daarom enkele veranderingen aangebracht. Bij het zingen vanuit één, groot koorboek (waarin de verschillende stemmen naast elkaar genoteerd staan) valt voor de zangers de visuele referentie naar de andere partijen weg, wat resulteert in een grotere aandacht voor de auditieve context. Veel musica ficta (toonverhogingen of - verlagingen) werden in het manuscript aangeduid.Veel andere vormen een intrinsieke onderdeel van de stijl en hoefden daarom niet uitgeschreven te worden. De auditieve context vormt de voornaamste leidraad bij het oplossen van musica ficta-problemen en bij het opsporen van (in het Vogué-manuscript gelukkig zeldzame) notatiefouten. Naast het volgen van de historische bronnen, opstellingen en stemtechnieken bestaat onze 'authenticiteit' er vooral in het gevoel voor de Franse taal, die Machaut zo eigen was, doorheen zijn muziek zo dicht mogelijk te benaderen en we hopen van harte ook u hierin te mogen meevoeren. Immers: "Qui de sentement nefait ... "

Els Vanvolsem

* Geciteerd in Daniel LEECH-WILKINSON, Machaut's Mass. An Introduction, Oxford, Clarendon Press, 1990, p.10








... ET IN TERRA PAX

"Qui de sentement ne f ait,
son dit et son chant contrefait."
[He who ignores sentiment, makes of his words and his song a mockery.]
Guillaume de Machaut, Le Livre du Voir Dit, letter VIII (1363- 1365)

Reims, October 2001. The gracious vaults of the cathedral of Our Lady have relinquished their last visitors, and are preparing to welcome in the night. But today they are not alone. Certain students from the Schola Cantorum Brabantire of the Conservatoire of Brabant, in the Dutch city of Tilburg, together with their maestro di cappella, Rebecca Stewart, have agreed to be locked in. They gather around a large choirbook placed on a lectern, waiting in anticipation for the moment when they may begin to fill "la Grande Dame" with the sound of their voices. They are embarked on a project whose result you hold in your hand. The above words of Grand Maistre Guillaume are their guide.

The story began one year earlier, when Dr. Stewart decided to put the Messe de Nostre Dame on the syllabus of the Schola Cantorum. The Vogue manuscript was chosen, not only because it was the oldest surviving source, but also because of its great beauty. In 1930 this manuscript, which belonged to the Marquis of Vogue, was sold to George Wildenstein. After being shown to four academics in 1977, the manuscript has been locked away from the world, although it is being offered for sale on the international antiques market at a fabulous price. We are grateful to the Machaut specialist Daniel Leech-Wilkinson, who generously provided the Schola with a black and white reproduction of this remarkable manuscript.

During the winter of 1359-60 Reims was besieged by the English army. Machaut composed his Messe de Nostre Dame in the years immediately following. He expressed what must have been a very present longing for peace by setting the words "et in terra pax" at the beginning of the Gloria in very long notes. During this period the practice was established in the cathedral of singing masses every Saturday in honour of the Virgin Mary. These masses were sung for particular benefactors, and after their death for the preservation of their souls. One of the duties of Guillaume's brother, Jean de Machaut, was to regulate these services at Reims Cathedral. The epitaph of the two brothers indicates that they too had founded a sung mass:

Guillelmus de machaudio . suusque Johannes frater
Sunt in loco concordio . iuncti sicut ad os crater
Horum anniversarium . est iuxta petiturium
Oratio pro defunctis . diebus sabbathi cunctis
Pro animarum eorum . amicorumque suorum
Dicetur a sacerdote . celebraturo devote
Ad roellam in altari . missam que debet cantari*

[Guillaume de Machaut and his brother Jean I Are joined in this harmonious place as cup to mouth. I Their memorial is, according to their wish, I That the prayer for the dead, on every Saturday, I For their souls and for those of their friends, I May be said by a priest and celebrated devoutly, I At the altar by the roella, (= a stone placed in the floor of the cathedrale of Rei ms to commemorate the martyrdom of bishop Nicasius of Reims) during a sung mass.]

In accordance with the liturgical requirements of the time this recording places the Messe de Nostre Dame in the context of a devotional mass to the Virgin Mary. The Gregorian propers are sung from a notated missal used at Reims Cathedral during the 14th century (and so possibly also by Machaut himself), now kept at the Bibliotheque Municipale in Reims under the shelfmark ms 217 C 13. Our metrical interpretation of the chant attempts to follow the notation in this manuscript. The recording was made in the cathedral itself, even though some background noise was inevitable. The idea that it was still possible to sing this unique mass in the very place in which it was born and first sung lent to this project a priceless dimension.

Machaut's Mass has a twofold musical inspiration. On the one hand, Gregorian chant as seen through the eyes of a 14th-century connoisseur of the thirteenth-century motet, and on the other, the poetic gifts of Machaut, the composer of chansons, with his deep affinity with the French language. For him, the language - and therefore the music - was inseparable from such considerations as the alternation of short and long syllables, and the principle of the levée, which is a raising or lifting of the syllable or short beat, so that the upbeat or anti accent receives more emphasis than the beat or accent. These two principles can be found at every rhythmic level in the mass, which makes inevitable a steady growth of tension towards the cadence.

The compositional structure of the mass can be described in the form of a table (see above).

The Kyrie, Sanctus, Agnus and Ite missa est differ from the Gloria and the Credo in the extent to which they maintain their close links to the Gregorian chant melodies and in their use of the technique of isorhythm (the artificially conceived, literal repetition of a an abstract rhythmic pattern). This forms the structure of the tenor and contratenor and even leaves its traces in the two upper voices. The lower voice pair determines not only the musical structure of each movement but, by extension, the possibilities of rhythmic and melodic expression in the two freer upper voices. The first part of the nine-fold Kyrie pays direct tribute to the 13th-century motet : the tenor is written in the then much used third rhythmic mode [3-1-2-3 beats]

Whereas in the five isorhythmic sections the two upper voices move much faster than the tenor and the contratenor, in the Gloria and the Credo homophony is the rule. Their character is much more narrative and declamatory, which allows Machaut, by exploiting his musical and poetic talents, to follow the cadence of French Latin meticulously.

The Schola Cantorum tries as much as possible to respect this by employing French vocal techniques and a French pronunciation of the Latin, by imbueing it, in fact, with a fullbodied French flavour. Although the Mass in Machaut's time would probably have been sung by only four specially trained singers, pedagogical considerations determined that the voices be doubled.

Machaut supervised the production of the Vogue manuscript closely. For this reason, errors are minimal. However, certain inconsistencies in text underlay do exist in the Sanctus and Agnus Dei. These could only be resolved by constant reference to the isorhythmic structure. For the detection of wrong notes, singing from the choirbook proved a valuable aid. Because each part is notated in the choirbook separately, no visual help is provided. This considerably enhances the singer's auditory capacity to evaluate style, and therefore to find scribal errors because of their stylistic incompatibility. Lastly, many accidentals are indicated in the manuscript, but many others are such an integral part of the mode of a particular melody, or of a particular harmonic combination, that the singers had no need for visual clarification. This stylistic feeling forms the most important ingredient in the solution of musica ficta (altered pitch) problems and in the solution to the few notational mistakes. In addition to studying the historical sources, context and vocal techniques, our 'authenticity' was based primarily on acquiring a feeling for the French language, in an effort to come as close as possible to Machaut's music. We invite you now to accompany us on this journey of the heart. 'Qui de sentement ne fait ... '

Translation: Paul Shannon

*cited in Daniel Leech-Wilkinson, Machaut's mass. An introduction, Oxford, Clarendon Press, 1990, p.10.









sonusantiqva.org

The Web SonusAntiqva
inicio home